Trek in burgers, en wat je dan bestelt
Verscheen in 2015 in Raadsledennieuws
Er is bij de lokale overheid een grote honger naar burgers. Gemeenteraden zijn druk op zoek naar nieuwe manieren om het contact met inwoners vorm te geven. Op dit moment is de G1000 dé bestelling als je trek in burgers hebt.
Terecht natuurlijk, die zoektocht van de gemeenteraden om het contact met inwoners goed vorm te geven. Er is voldoende reden om aan te nemen dat de vorm waarin gemiddeld genomen een gemeenteraad tot besluiten komt of iets op de agenda zet, niet precies meer past bij de manier waarop in de samenleving besluiten worden genomen of initiatieven tot stand komen. En we hebben inmiddels wel een paar eeuwen ervaring met de vorm waarin we de representatieve democratie gieten – van verkiezing tot debat tot, iets moderner, de ‘beleidsnota’. Toch zijn er nog niet veel vormen voor netwerkdemocratie waarvan je kunt zeggen dat die democratische waarden borgen als transparantie, proportionaliteit, zuinig omgaan met belastinggeld, inclusie, vrijheid van meningsuiting (en de mogelijkheid daartoe) en macht en tegenmacht.
Nieuwe vormen
Ondertussen is er in die leegte wel beweging! Er ontstaan nieuwe vormen, gewoon in de samenleving, omdat ze nodig zijn. Want wat er nieuw is in de netwerksamenleving ten opzichte van de klassieke verzuilde maatschappij, is dat inhoud de vorm van verenigen bepaalt. De mobilisatiekracht en verenigingskracht van de netwerksamenleving is zo groot, dat iedereen in verschillende vormen uitdrukking kan geven aan wat hij wil en wie hij is. De vormen en routines van de netwerksamenleving volgen nadat er een kans of probleem is ontstaan en mensen zich rond dat thema vinden. Inhoud stuurt de beweging.
Democratische gereedschapskist
Zo ook de G1000 in België: deze vorm ontstond in de leegte van een maandenlange formatie. En hoewel je, en dat mag ook van de organisatoren, best wat vraagtekens kunt zetten bij het duurzame effect van de Belgische G1000, verfrissend en meer passend in de netwerksamenleving is deze vorm zeker!
Minister Plasterk zegt erover: “Ik denk dat dit de lokale democratie meer verbetert dan sleutelen aan de formele democratie, met discussies over districtenstelsels, kiesdrempels en dat soort voorstellen. Dat gaat het verschil niet maken.”
Maar is een G1000 dan hét antwoord op de vraag naar de manier waarop we in de netwerkdemocratie legitimiteit kunnen geven aan publieke besluiten? Nee – en ik hoop dat niemand dat ook vindt. Het is wel een mooie, verfrissende, nieuwe vorm, waarvan we er niet genoeg aan de lokale democratische gereedschapskist kunnen toevoegen.
Passende beslissingsstructuren
Wat gemeentebestuurders (en ministers) niet moeten doen, is in alle vrolijke energie wegrennen bij de institutionele, formeeldemocratische soep. Hup, de netwerksamenleving in, waar het tenminste leuk is! Gemeentebestuurders moeten een grotere verantwoordelijkheid gaan nemen voor het lokale democratische systeem op zich. En samen met burgers nieuwe, passende beslissingsstructuren ontwerpen. Zoals een G1000, of een van de 1.000 andere manieren om tot gemeenschappelijke ideeën en besluiten te komen in een netwerk. Want de vorm waarin je samenkomt en beslissingen neemt, moet per netwerk, per gemeenschap, per onderwerp en per situatie verschillend kunnen zijn. Niet de vorm en de instrumenten, maar de democratische waarden moeten de constante zijn.
Op dit moment weet blijkbaar zelfs de minister niet wat hij nou aan moet met het formele democratische systeem en hoe het zou moeten werken. Als hij het al niet weet – hoe ga je er als burger dan ooit invloed krijgen?
Meer democratie
Raadsleden moeten geen G1000 bestellen bij trek in burgers, maar ze moeten ‘meer democratie’ bestellen. Meer democratie betekent in mijn ogen bijvoorbeeld: meer ruimte voor veranderen van mening op grond van nieuwe inzichten; continue aandacht voor de minderheid; en slechts vertegenwoordiging als dat écht nodig is. Dus zo vaak mogelijk de mensen die het betreft laten spreken, beslissen en beoordelen.
Maar hoe dat moet in jouw gemeenschap, waar jij als raadslid verantwoordelijk bent voor het borgen van democratische waarden. Dat moet je onderzoeken en daar moet je aan knutselen en ja, juist dat ís lokale politiek in de netwerkdemocratie. Maar dat is niet de leukste, noch makkelijkste klus. Noch de klus met de meeste beloning in een mediacratie. Ik noem dat werk: democratische reflectie.
Gerotzooi in de marge
We moeten oppassen dat we de grillige relaties in de gemeenschap niet kopiëren (of in de plaats zetten van) verhoudingen in het lokale bestuurlijke systeem. Ze bestaan tegelijkertijd, waarbij het bestuurlijke systeem zo moet worden ingericht dat waardevolle, grillige, intermenselijke relaties in de gemeenschap ten volle kunnen ontstaan. En tegelijk zo, dat het volkomen helder is hoe die overheid werkt – en dus hoe je er invloed op kunt hebben.
Op dit moment weet blijkbaar zelfs de minister niet wat hij nou aan moet met het formele democratische systeem en hoe het zou moeten werken. Als hij het al niet weet – hoe ga je er als burger dan ooit invloed krijgen? Daarmee aan de slag dus, want als je dat niet doet is al het andere, van initiatievenmakelaar tot G1000, gerotzooi in de marge. En daar heb ik als burger geen trek in.