Behapbare organisatiepatat

Signalen uit de gemeenschap, van kracht of van problemen, verstommen intern snel tot ‘ruis’. De mogelijkheid voor het bijsturen van overheidsgedrag sijpelt weg. Dat kan anders.

We moeten de staat beoordelen op de uitkomsten van overheidsgedrag, niet op intenties. Natuurlijk, we hebben volksvertegenwoordigers, rekenkamers, ombudsmannen en journalisten om daarop te letten. Maar in de dagelijkse operatie zijn het onze ambtenaren die uitkomsten op tafel moeten houden. Omdat dat de sturingsinformatie is die het bestuur heeft te benutten om de staat mee te besturen.

Als de uitkomsten positief zijn, wil iedereen ze horen. Maar onprettige uitkomsten? Dan ben je de skunk at the picnic die het feestje van daadkracht en doelstellingen komt verstoren.

En hoeveel zin heeft dat toch al ondankbare werk? Want in plaats van dat we de overheid verhelderen en weer navolgbaar en bestuurbaar maken, halen we juist de samenleving door de patatsnijder en verdelen we die over ‘behapbare’ sectoren, afdelingen en en lagen. Dat doen we om de samenleving planbaar, bestuurbaar en controleerbaar te krijgen. Wat niet kan, en een totalitair verlangen is.

In die complexe samenleving vinden we ondertussen waardevolle sturingsinformatie om de staat mee te besturen. Maar ook van die informatie maken we organisatiepatat. Schoon, heel, veilig voor de wijkbeheerder, een ‘sluitende businesscase’ voor het vastgoedbedrijf. We tellen isolatieplannen met vve’s voor de programmanager energietransitie en ervaringsbanen en koffieochtenden voor in de monitor sociaal domein. En al deze seinen kunnen op groen staan, terwijl de buurtontmoetingsplek die er voorwaardelijk voor is, toch sluit. Wie moet je daar als buurt dan op aanspreken? Alle afdelingen? Vaak wel.

Want ook B&W is opgehakt.

We nemen een groot risico. Zowel in de VS en als bij ons in Europa zien we deze retoriek van deeloplossingen voor deelproblemen. Selectief shoppen in de samenleving, waardoor ongemakkelijke waarheden en complexiteit buiten de orde kunnen blijven, met een sturingssysteem als gevolg dat zo gefragmenteerd is dat er niet mee te werken is en dus frustratie en cynisme opwekt. Waardoor de druk toeneemt om ‘sterke leiders’ naar voren te schuiven voor daadkrachtige oplossingen. Die, al dan niet uit opportunisme, harder doorgraven in deze kuil.

We hebben hier te maken met wat Dan Davies een accountability sink noemt., het ‘verantwoordelijkheidsputje’. In zijn boeken Lying for Money en The Unaccountability Machine zet hij uiteen hoe door ingewikkelde structuren deverantwoordelijkheid voor keuzes subtiel verschuift en ten slotte verdwijnt. De macht die zich zou moeten verantwoorden, wordt door de versnippering ongrijpbaar. We voelen hem, hij is er, maar beetpakken lukt niet. De regels, structuren en criteria die transparantie en zeggenschap moeten waarborgen, zijn de muren geworden waar we tegenop lopen. En de uitkomst van overheidsgedrag in de gemeenschap is van niemand, omdat hij van iedereen is. Of in elk geval niet van jou, omdat je hem kunt toewijzen aan anderen. (Inmiddels lijkt zelfs de Grondwet van één politieke partij en niet meer de basis voor het handelen van de hele regering.)

Hoe voorkomen we dat? Iemand die de accountability sink tegengaat, zorgt ervoor dat bewijs voor uitkomsten van het staatsgedrag niet wegspoelt. Zo iemand kiest positie in de gemeenschap, waar wel samenhang is en geen beleidspatat. Zij legt meer directe communicatielijnen, vooral die vanuit die gemeenschap naar de overheid. Helpt documenteren. Doorbreekt de anonimiteit van het systeem door te organiseren dat beslissingen daadwerkelijk worden besproken met de mensen die ermee te maken krijgen. Agendeert beleidsaanpassingen die gemeenschapskracht versterken. Want een democratische gemeenschap kan uitstekend omgaan met de complexiteit van samenleven – mits we verantwoordelijkheid voor het gedrag van onze staat niet laten wegspoelen.

Verantwoording over beleid moeten we collectief blijven organiseren, juist wanneer dat leidt tot ‘politiek’. Signaleren, documenteren, agenderen, organiseren, politiseren. Dat kan iedereen doen, van journalist tot actieve bewoner. Maar onze ambtenaren hebben hier de meeste mogelijkheden voor.